LB 163a - Zeshonderd jaar is Noach oud

Zeshonderd jaar is Noach oud is een bijbels vertellied over het verhaal van Noach, de ark en de dieren uit het bijbelboek Genesis. De tekst is van Joke Ribbers. Er zijn twee melodieën bij het lied, een van Ignace de Sutter en een van Ruud Bos. Wij zingen deze maand de eerste melodie.

Eerst iets over de dichteres van dat lied, Joke Ribbers, de weduwe van Jan Wit. Wat zij schrijft is altijd bijzonder, maar hier zien we een lied dat nu al geliefd begint te worden, en ook nog toegankelijk voor kinderen is. Maar pas op, er schuilt meer in dan je zo op het eerste gezicht ziet in die kostelijke ratjetoe van dieren , dat heerlijke en geestige gedrang in de ark van Noach: Zeshonderd jaar is Noach oud. Meteen al in het eerste vers is het raak:

Zeshonderd jaar is Noach oud, hij bouwt een ark van goferhout
met kamers zonder kieren en stallen voor de dieren:
de os en de ezel, de wolf en de wezel,
de tijger en de leeuw, de merel en de meeuw,
de koekoek en de kaketoe, de marter en de maraboe,
zijn eigen sluwe gang, gaat de slang.
Ja, alle dieren gaan er in en Noachs hele huisgezin.
God wil hen wel bewaren en voor de zondvloed sparen.

Even zou je kunnen denken: is dit nou een kerklied? Een lied vol humor, vrolijk om samen te zingen, samen ook met de kinderen. Maar wacht even: Als je goed kijkt en luistert zie je iets bijzonders en dat verandert alles. In dat eerste lied is de hekkensluiter de slang! En dat is geen toeval, in elke strofe wemelt het van de dieren, maar ineens ontdek je dan in het tweede vers aan het eind de haan, in het derde vers het lam en in het vierde de duif! En zo leidt Joke ons tot onze verrassing even via dit Bijbelverhaal bijna het hele liturgische jaar door! Na de slang, waarmee alle ellen de begon... de haan die Petrus beschaamde, maar ook als eerste wakker is en naar oude traditie getuigt van de opstanding, het lam dat de zonden van de wereld (ja, echt de wereld!, een loden last ) draagt, de duif, teken van de Geest die ons dat alles te binnen brengt en helpt geloven. Zo gaat het lied open naar wat we met Pasen en Pinksteren vieren en wat met Kerst begon op onze aarde. Liturgie in een paar woorden te midden van dat woud van levende wezens, onvergetelijk.

En dat is nog niet alles – de vissen in het tweede vers riepen al, dat zelfs de zondvloed niet het einde van alles is: Alleen de vissen gaan niet mee, die blijven in de grote zee. En laat de vis nu ook nog het oudste symbool van Christus zijn, die van de zondvloed een zalige zondvloed maakt, de doop, aldus weer Luther. Iemand zei eens: heb je je wel eens gerealiseerd, dat Noach zich na alles toch weer nog een ongeluk schrok: het begon weer te regenen… Hè? Maar hij had gelijk: waar komt die regenboog anders vandaan? Geen wonder dat het lied daarmee sluit: Ontroerd kijkt Noach naar omhoog en ziet de eerste regenboog, een teken in de wolken, God zegent alle volken.

Weg de schrik en de angst, ze mogen even wijken voor de belofte. De strijdboog is een kleurige, zegenende feestboog geworden, teken van hoop als het in de wereld weer hard gaat regenen en woeden. Vergeet de regenboog niet, want ook God, die door Christus met ons alle verdriet en lijden deelt, vergeet die niet, ondanks alles: Genesis 9,16: Als de boog in de wolken is, dan zal ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens op aarde. Gedenkend de vele doden, dichtbij en ver, zal ook ons mensen dan toch weer een licht kunnen opgaan. Zelfs de donkerste wolk krijgt even een andere kleur, een ander gezicht, een licht om weer te leren leven.

Klik hier om het lied te beluisteren.

Logo PGS

Logo PGS