Oecumenische Meditatieve Vieringen in de 40 dagentijd 2021

Thema: De vreemdeling onderdak bieden

3.1         Welkom (klik hier)
Welkom aan U allen bij alweer de derde oecumenische meditatieviering in de reeks van vier meditatievieringen.
Zoals U wellicht wel al weet zijn fysieke bijeenkomsten helaas niet mogelijk, daarom doen we het ook deze keer digitaal.

De veertigdagentijd is van oudsher de tijd van inkeer, bezinning en gebed.
We bezinnen ons op ons leven, we bezinnen ons op wat nu echt van betekenis is en van waarde in ons eigen leven.
Door het vele thuis zijn, thuis werken zal menigeen al genoeg momenten hebben gehad voor bezinning het afgelopen jaar en toch is het goed om deze tijd stil te staan bij het lijden van Jezus en bij het lijden van onze naasten, dichtbij en ver weg.
Wij leven toe naar Pasen, het feest van een nieuw begin, wat misschien dit jaar een nog bijzondere betekenis kan krijgen als eenieder van ons is ingeënt en we hopelijk min of meer weer ons normale leven kunnen oppakken

Dit jaar staan we stil bij de zeven werken van barmhartigheid, en vandaag in het bijzonder:
Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op.

3.2         Opening (klik hier)

Er zijn zoveel mensen die wachten op een warm woord, een goede daad, een beetje barmhartigheid.
Velen wonen ver weg en weer anderen wonen bij jou misschien wel om de hoek.
Jezus heeft door zijn manier van leven, zijn doen en laten ons laten zien wat barmhartigheid is, wat het is en betekent om de zeven werken van barmhartigheid ook daadwerkelijk over te brengen op de mensen, ook aan ons hier vandaag.

In Mattheus 25: 35,36 staat:
Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken, ik was vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt en jullie kleedden mij, ik was ziek en jullie bezochten mij. Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mijn toe.

Elkaar werkelijk zien, omzien naar elkaar daar roept Jezus ons toe op, heb compassie met elkaar in de breedste zin van het woord.
Het is nogal wat, wat hij vraagt van ons, en aan ons de taak of wij zijn woorden ook daadwerkelijk gestalte willen geven in het omgaan met elkaar en omzien naar elkaar in ons dagelijks doen en laten.

Lied (klik hier)

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
Die aardig is, of onmetelijk ver,
Die niet staat en niet valt
En niet voelt als ik,
Niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbijvaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben
Dat het houdt
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben
Als niemand anders
Dat ik geen licht geef, niet warm ben
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
In mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb
Geen ander
Ben ik door jou, zonder schaamte
Gezien, genomen,
Door niemand minder?
Zou dat niet veel te veel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

korte stilte

 

3.3         gedicht Vasten anders (klik hier)

In de hal van het station
gebeurde het-
Hij kwam naast mij zitten
op de bank
een blik opzij
een enkel woord
ik wist genoeg
vleesgeworden eenzaamheid.

Ik zei iets onbenulligs
over het weer en zo
Hij knikte bij de wolken
en de grauwe lucht
Zijn ogen lichtten op
Hij sprak:
Goddank, u praat met mij
een kruis valt van mij af
Bedankt

Zuchtend stond hij op
Ik keek hem na en dacht:
een dolend mens
Óf
En ik verschrok

Was het jezus zelf misschien?

Oeke Kruythof

3.4         Inleiding (klik hier)

Vandaag gaan we verder in op: de vreemdeling onderdak bieden

‘Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op. De gave van de gastvrijheid is op sommige plekken mensen ruimhartig toebedeeld. Het lijkt bijna in de genen te zitten om je deur te openen voor wie langskomt en voor even een plek zoekt. In de Bijbel vind je er volop verhalen over. Mensen onderweg, die onderdak krijgen, omdat je iemand niet in de kou laat staan. Wanneer Jezus bijvoorbeeld met twee mannen vanuit Jeruzalem naar Emmaüs loopt en het al donker begint te worden, wordt hij van harte uitgenodigd voor de maaltijd. Diep in de traditie van Israël zat verweven dat ze ooit in Egypte zelf ook vreemdeling waren. En misschien begint het daar wel: het besef dat je als mens een voorbijganger bent, een vreemdeling op aarde. Wie dat heeft ervaren streeft niet naar behoud van eigen huis en haard, maar kan letterlijk en figuurlijk ruimte geven aan wie onderdak zoekt.

3.5         Overdenking (klik hier)

Een vreemdeling.
Wie is die vreemdeling.
Zijn dat de mensen die graag ook op een veilige plek in Europa willen wonen en nu op de vlucht zijn of in opvangkampen ver van ons zitten?
Zijn dat die jongeren in de grote steden die bij elkaar komen en feesten 
omdat er bijna geen mogelijkheden meer voor hen zijn om anderen te ontmoeten?
Of zijn vreemdelingen nog veel dichterbij?

We leven nu met Corona. Dit heeft ons leven totaal veranderd.
Nu bijvoorbeeld, niet samen naar de kerk om met elkaar toe te leven naar het Paasfeest.
Nee, we zitten thuis en spreken mensen vooral via de telefoon of beeldscherm.
We letten er op dat we niet te dicht bij een ander komen.
Geen knuffel, zelfs geen handdruk. 
En dat heeft ons veranderd.

Op het nieuws hoorde ik dat uit onderzoek blijkt dat ons wantrouwen naar een ander is groter,
we zijn achterdochtiger geworden.
Zo langzamerhand vinden we de buurt vreemd, en zij ons.
Wij vervreemden van elkaar.

In de Bijbel kunnen we lezen dat het Joodse volk ook vaak de vreemden in een land waren. Bijvoorbeeld in Egypte, en later, nadat ze uit Egypte weg waren gegaan in een nieuw land.
En in het nieuwe testament kunnen we lezen dat ook Jezus dingen deed
die anderen vreemd voor kwamen.
Soms met harde hand zoals in de tempel waar hij de kooplieden er uit gooide.
Maar meestal met liefde en compassie en nooit veroordelend.

De werken van barmhartigheid gaan over liefde en compassie. Het zijn mooie ‘werken’.
Hoe gaan wij hiermee aan het werk?
Wat is er bij ons voor nodig
om die nabije vreemdeling weer bij ons op te nemen?

We overdenken in stilte.

Lied (klik hier)

Als ik neerslachtig ben en, oh mijn ziel, zo moe
When I am down and, oh my soul, so weary
Als er problemen komen en mijn hart bezwaard is
When troubles come and my heart burdened be
Dan ben ik stil en wacht hier in de stilte
Then, I am still and wait here in the silence

Totdat U een tijdje bij mij komt zitten.
Until You come and sit awhile with me.

Je tilt me ​​op, zodat ik op bergen kan staan
You raise me up, so I can stand on mountains
Je tilt me ​​op, om op stormachtige zeeën te lopen
You raise me up, to walk on stormy seas
Ik ben sterk, als ik op je schouders sta
I am strong, when I am on your shoulders

Je tilt me ​​op tot meer dan ik kan zijn
You raise me up to more than I can be

Je tilt me ​​op, zodat ik op bergen kan staan
You raise me up, so I can stand on mountains
Je tilt me ​​op, om op stormachtige zeeën te lopen
You raise me up, to walk on stormy seas

Ik ben sterk, als ik op je schouders sta
I am strong, when I am on your shoulders
Je tilt me ​​op tot meer dan ik kan zijn.
You raise me up to more than I can be.

Je tilt me ​​op, zodat ik op bergen kan staan
You raise me up, so I can stand on mountains
Je tilt me ​​op, om op stormachtige zeeën te lopen
You raise me up, to walk on stormy seas
Ik ben sterk, als ik op je schouders sta
I am strong, when I am on your shoulders
Je tilt me ​​op tot meer dan ik kan zijn.
You raise me up to more than I can be.

Je tilt me ​​op, zodat ik op bergen kan staan
You raise me up, so I can stand on mountains
Je tilt me ​​op, om op stormachtige zeeën te lopen
You raise me up, to walk on stormy seas
Ik ben sterk, als ik op je schouders sta
I am strong, when I am on your shoulders
Je tilt me ​​op tot meer dan ik kan zijn.
You raise me up to more than I can be.

Je tilt me ​​op tot meer dan ik kan zijn.
You raise me up to more than I can be.

Josh Groban

3.6         Gebed (klik hier)

Voor alle keren dat we onze deur gesloten hielden,
geen aandacht hadden,
vragen wij: geef ons een nieuwe kans, Heer.

Voor alle keren dat we iemand uitsluiten,
buiten onze kring plaatsen,
vragen wij: Doe ons opnieuw beginnen, God.

Voor alle keren dat onze woorden onherbergzaam zijn,
hard, minachtend en veroordelend,
vragen wij: Geef ons een nieuwe kans, Heer.

Voor alle keren dat de vreemdeling in ons midden,
gewond door muren van wantrouwen
en vooroordelen,
vragen wij: Doe ons opnieuw beginnen, God

U, groter dan ons hart,
geef ons nieuwe ruimte,
vernieuw ons hart,
doe ons opengaan naar elkaar in Uw naam

Amen

Marinus van den Berg

Stilte

3.7         Tot slot (klik hier)

God van het verleden, heden en toekomst
U, die met ons meegaat door de tijd:
Koester met ons het verleden.
Help ons om mooie herinneringen te bewaren
Om het goede wat was in ere te houden.
En het een bron van kracht te laten zijn

Wees ons nabij in het heden:
Steun ons als we keuzes moeten maken, hier en nu,
Voor de kerk, voor ons geloof,
Voor de weg die wij samen (als gelovigen) gaan

Geef ons altijd weer zicht op de toekomst.
Als wij soms bij de pakken neerzitten
En niet weten hoe het verder moet,
Wees dan hoopvol en bemoedigend aanwezig.

Inspireer ons steeds weer met de verhalen
Die vertellen hoe U door de eeuwen heen
Een weg met mensen bent gegaan.

Geef ons het vertrouwen dat U ook met ons
Verder gaat op uw weg,
Hoe die ook zal lopen

Amen

Agenda

Donderdag 18 maart
Thema: De naakten kleden
Riek Zwart - Gerlofsma
Hennie van der Schans

Witte donderdag 1 april
Thema: De hongerigen eten geven

Goede Vrijdag 2 april
Thema: De doden begraven
Raad van Kerken

Paaszondag 4 april
Thema: ik ben er voor jou

Logo PGS

Logo PGS